Wijkgemeente Martinikerk

Orgel

Het orgel in de Martinikerk dateert naar inschatting in eerste aanleg uit de periode omstreeks 1445.
Het instrument ondergaat gaandeweg uitbreidingen v.w.b. haar grootte alsmede een toename in het aantal registers. In het orgel zelf kunnen we het jaartal 1542 terugvinden.

Omstreeks het jaar 1740 vinden we het absolute hoogtepunt in de bouw van het instrument met een totaal van 47 registers verdeeld over 3 manualen en het pedaal, hoofdzakelijk teweeg gebracht door het orgelbouwersgeslacht Schnitger.
In de periode 1740 – 1940 is op dusdanige wijze en met willekeur aan het instrument verder gewerkt dat dit uiteindelijk wel moest leiden tot een dieptepunt (1939)  in haar geschiedenis.
Tussen 1976 – 1984 is het orgel weer teruggebracht naar de glorietijd van 1740 door orgelbouwer Jürgen Ahrend uit Loga (BRD), waardoor we heden ten dage weer te maken hebben met één van de meest fraaie barokorgels van Noordduitse signatuur in Europa.

De huidige dispositie van het Schnitgerorgel bestaat uit de volgende verdeling: Hoofdwerk 14 registers, Rugwerk 16 registers, Bovenwerk 8 registers en Pedaal 15 registers, waardoor een totaal van 53 sprekende stemmen is verkregen.

Het typerende klankkarakter van de manualen en het pedaal afzonderlijk zouden we kunnen omschrijven in termen van draagkracht, helderheid, doorzichtigheid en glans, waaraan ordening en contrastwerking in het geluid als barokelementen nog kunnen worden toegevoegd.